Vroegste Antwerpse bisschoppelijke wijdingsregisters uitgegeven

Wijdingsregisters van het bisdom Antwerpen

Janick Appelmans - J. Van den Nieuwenhuizen (ed.), De wijdingsregisters van het bisdom Antwerpen. I. 1570-1611 (Antwerpen, 2008) 235 p. index., €19,00 (incl. verzendkosten) of PDF

Net als veel andere bisdommen in de Nederlanden ontstond het bisdom Antwerpen in 1559. Toch bleef de bisschopszetel vacant tot de overkomst van de Bossche bisschop Franciscus Sonnius in 1570. Een belangrijke bron die een zicht biedt op het personeel van het jonge bisdom, vormen de wijdingsregisters.

Deze registers bevatten de optekeningen van de lagere en hogere wijdingen en uitgeschreven litterae dimissoriales van de bisschop of zijn plaatsvervanger. De Antwerpse kerkhistoricus en archivaris Van den Nieuwenhuizen bezorgt aan de hand van drie verschillende registers in het fonds Capsa Episcopatus van het Antwerps kathedraalarchief een samengestelde editie van de vroegste wijdingsregisters van het nieuwe bisdom. De uitgave overspant de episcopaten van Franciscus Van de Velde (Sonnius, 1570-1576), Livinus van der Beken (Torrentius, 1586-1595), Willem van Berghen (Berghis, 1597-1601) en Jean Le Mire (Miraeus, 1603-1611).

De wijdingsregisters bevatten de gelijktijdig toegediende lagere wijdingen (ostiarius, lector, exorcist en acoliet) en de hogere wijdingen (subdiaken, diaken en priester), waarvoor de minimumleeftijden op respectievelijk 21, 22 en 24 jaar vastgesteld waren. Tussen de wijdingen in de lagere orden en het subdiaconaat diende een jaar te verlopen. Tussen de hogere orden onderling was een tussenperiode van drie maand voorgeschreven. Naast de wijdingen bevatten de registers ook de tonsuur, waarmee de kandidaat in de clerus opgenomen werd.

De registraties bevatten heel wat informatie over de gewijde clerici. Van de tonsurati werden naast de voornaam, de familienaam, ook steevast de leeftijd, de wettelijke geboorte en de namen van de ouders opgetekend. De notities van studenten bevatten het (Leuvens) college en bij afgestudeerden werd de behaalde academische graad vermeld. Verder werd het klooster of kapittel waartoe de wijdeling behoorde of het altaar dat hij in een kerk bediende, weergegeven.

Het bisdom van herkomst werd vermeld wanneer clerici zich aandienden om met toelating van hun eigen diocesane bisschop of diens vervanger elders wijdingen te ontvangen. Het werken met deze toelatingen of litterae dimissoriales leidde ertoe dat, naast Antwerpse geestelijken, de meeste wijdelingen afkomstig waren uit de naburige bisdommen ’s-Hertogenbosch, Gent, Mechelen en Luik. De woelige tijden maakten dat ook kandidaten uit noordelijkere bisdommen als Haarlem, en meer zeldzaam, Utrecht en Roermond, zich bij de Antwerpse bisschop aanmeldden voor hun wijdingen. De Reformatie dreef menige Engelsman, Schot en, in latere tijden, veel Ieren naar de Nederlanden voor hun wijding. Ook uit andere diocesen van de toenmalige Nederlanden, zoals Atrecht, Brugge, Doornik, Namen en Sint-Omaars kwamen geestelijken naar Antwerpen. Gelet op de toenmalige geopolitieke situatie zal het niet verbazen dat ook geestelijken uit Spaanse bisdommen of Besançon in de Franche-Comté in de Scheldestad verbleven voor hun wijding. Minder voor de hand liggende bisdommen van waaruit kandidaten zich tot de Antwerpse bisschop voor hun wijding weden waren Beauvais, Münster, Parijs en Würzburg.

In de registers verschijnen verschillende seculiere geestelijken die aan het begin van een beloftevolle loopbaan stonden, zoals de geschiedschrijver Aubert Le Mire (1573-1640), Jean Dauvin, bisschop van Namen van 1615 tot 1629 en Matthias Hovius, Mechels aartsbisschop tussen 1596 en 1620. Net als deze drie seculiere geestelijken bevonden zich onder de wijdelingen veel kanunniken die een prebende bezaten in het kathedraal kapittel van Onze Lieve Vrouw of de kapittels van Bergen-op-Zoom, Sint-Gummarus te Lier en Sint-Pieters te Turnhout. Geestelijken met een prebende buiten het Antwerpse diocees ressorteerden onder de kapittels van Sint-Sulpitius te Diest, Sint-Veerle te Gent, Sint-Pieters te Hilvarenbeek, Sint-Pieters te Leuven, Sint-Rombauts te Mechelen, Sint-Oda te Sint-Oedenrode en Onze Lieve Vrouw te Tholen.

Vanuit een comparatief perspectief bevatten de wijdingsregisters waardevolle gegevens over de instroom in de religieuze instellingen van het diocees. De optekeningen reflecteren het landschap van de kapittels en kloosters in het nieuwe bisdom. Zo zijn de wijdingen van veel norbertijnen en cisterciënzers opgetekend en staan er slechts een handvol Gentse benedictijnen geboekstaafd. Bij de premonstratenzers zijn de reguliere kanunniken van de Sint-Michielsabdij prominent aanwezig. Gezien de korte afstand hoeft het niet te verbazen dat bij sedisvacatie te ’s-Hertogenbosch hun Tongerlose ordesgenoten zich eveneens tot de Antwerpse bisschop wendden. Bij de cisterciënzers spanden de Sint-Bernardusabdij te Hemiksem en de Sint-Salvatorpriorij te Antwerpen, beter gekend als het Pieter Potsklooster, de kroon. Verder ook veel grijze monniken uit Baudelo en enkele cisterciënzers uit de abdijen van Ten Duinen, Val-Saint-Lambert, Vaucelles en Villers. De kartuizers die gewijd werden, behoorden allen tot de Lierse kartuis. Binnen de augustijner kanunniken waren vooral de windesheimerpriorijen van Ten Troon bij Grobbendonk en, tijdens sedisvacatie van de Mechelse zetel, Rooklooster en Groenendaal vertegenwoordigd. Andere reguliere kanunniken behoorden tot de Leuvense Sint-Geertruiabdij of het Brusselse Koudenbergklooster. Leden van de bedelorden, zoals franciscanen, kapucijnen, bogaarden, karmelieten en dominicanen die door de bisschop gewijd werden, hingen af van stedelijke kloosters, die vaak te Antwerpen, soms te Bergen-op-Zoom gevestigd waren.

Tijdens periodes van sedisvacatie verleende het kapittel de Antwerpse clerici litterae dimissoriales om zich elders te laten wijden. Op twee momenten werd echter een andere oplossing uitgewerkt. Na het overlijden van bisschop Sonnius in 1580 werden jonge clerici met toestemming van het kapittel getonsureerd door Willem Greven, de premonstratenzer abt van Sint-Michiels. Tussen de episcopaten van Torrentius en de Berghis diende de Spaanse minderbroeder Francisco de Ribeiro, bisschop van het Ierse Leighlin, de wijdingen toe. Daartoe had hij op 1 december 1594 verlof gekregen van bisschop Torrentius.

De wijdingsregisters bevatten een schat aan gegevens, niet alleen voor onderzoekers van religieuze instellingen, heemkundigen of genealogen. Zij gunnen ook een blik op de communicatienetwerken en de verplaatsingen die de bisschop in zijn diocees aflegde. Naast de wijdingen tot de lagere en hogere orden tekenden de bisschoppelijke klerken ook de wijdingen van altaren op. Ter gelegenheid van de wijdingen celebreert de bisschop meestal in de kathedraal en het Antwerps begijnhof, te Bergen-op-Zoom, Lier of in de abdij van Sint-Bernardus aan de Schelde, waarvan het abbatiaat met het bisdom verenigd was, om de bisschop van voldoende inkomsten te voorzien.

Een beknopte, maar oerdegelijke inleiding die de wijdingsregisters goed situeert, gaat de editie vooraf. De index is helaas beperkt tot een plaatsnamenregister. Familienamen en namen van religieuze instellingen figureren niet in de lijst. Voor het zoeken op familie- en instellingsnamen is een internetpublicatie van de voorliggende editie beschikbaar op de website van de provincie Antwerpen: PDF.

De uitgave van het eerste deel van de Antwerpse wijdingsregisters is uitsluitend verkrijgbaar door overschrijving van negentien euro (€19, verzendingskosten inbegrepen) op rekening IBAN BE 15 0000 4147 0530 / BIC BPOTBEB1 van J. Van den Nieuwenhuizen, Sint-Willibrordusstraat 27, B-2060 Antwerpen. Voor meer info kan u ook mailsgewijs op jvdn@belgacom.net contact opnemen met de auteur.