Eruditie van emeriti: Doornikse bisschoppenoorkonden uitgegeven

ChartersDoornik2014(1).jpg

Janick Appelmans – Jacques Pycke en Cyriel Vleeschouwers (ed.), Les actes des évêques de Tournai (1146-1190) [Episcopalis officii solicitudo 2 = Tournai. Art et Histoire. Instruments de Travail 22] (Louvain-la-Neuve: Ciaco-i6doc.com, l’édition universitaire en ligne, 2014) 261p. 29,00€ ISBN 978-2-87587-004-9

De uitgaves van charters zijn niet de meest sprankelende boeken om te bespreken, maar het verschijnen van de oorkonden van de bisschoppen van Doornik in een afzonderlijke, niet onmiddellijk erg in de schijnwerpers staande reeks, verdient zeker de nodige aandacht.

In België is de oorkondenuitgave al bijna twee eeuwen het domein van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis. Kort na de Belgische onafhankelijkheid gestart vanuit editieprojecten van kronieken die al in de Nederlandse tijd ontwikkeld waren, sloeg de vernieuwd samengestelde commissie met veel archivarissen vanaf 1870 in de richting van groots opgezette diplomatische ondernemingen.1 Monumentale volumes verschenen met uitgaves met de akten van de graven van Namen en van Vlaanderen, de prins-bisschoppen van Luik, maar evenzeer van de Brugse en de Gentse stadsrekeningen of de rekeningen van de officialiteit van Doornik. Wat de religieuze instellingen betreft wijzen we op de publicatie van de charters en de cartularia van de benedictijnenabdijen van Ename, Sint-Baafs te Gent, Sint-Maarten te Doornik, Saint-Hubert, Stavelot-Malmedy en Waulsort, de cisterciënzer- en cisterciënzerinnenabdijen van Orval, Val-Benoît en Val-Dieu, het Sint-Janshospitaal te Brussel en Sint-Elizabethhospitaal te Antwerpen of nog de obituaria van Groenendaal en van de grote kanunniken van Sint-Goedele te Brussel.2

De laatste decennia koos de Koninklijke Commissie, lang voor andere en grotere instanties, resoluut voor digitalisering. Speerpunt daarvan werd de zogeheten Nouveau Wauters. Omdat al in de negentiende eeuw de uitgave van alle middeleeuwse oorkonden een onmogelijke zaak bleek, werd in navolging van het Franse model van de Bréquigny een overzicht aangelegd van alle gepubliceerde charters van voor 1350.3 De beperkingen van dit basiswerk, te weten het ontbreken van de diplomatieke herkomst of het niet opnemen van onuitgegeven oorkonden, lieten zich meer en meer gevoelen. In 1997 verscheen alle materiaal gebundeld in de CD-rom Thesaurus diplomaticus, uitgegeven door Brepols in samenwerking met de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis en het CETEDOC.4 Deze bevatte al analyses van 12.800 akten, de integrale tekst van 6.000 documenten en een iconografische documentatie van 2.400 originelen.5 Vanaf 2015 werd het steeds verder verzamelde materiaal beschikbaar in open acces op Diplomata Belgica. The Diplomatic Sources from the Medieval Southern Low Countries. In de databank zitten ongeveer 35.000 beschreven documenten, waarvan er voor 19.000 documenten een volledige teksteditie beschikbaar is. Tevens zijn er ongeveer 5.000 foto’s van oorkonden ter beschikking.6

Terwijl de Koninklijke Commissie, met thans de diplomatiste Thérèse de Hemptinne aan het hoofd, resoluut de weg van de digitale ontsluiting verder bewandelt ―de indices op de laatste volumes van De oorkonden der graven van Vlaanderen opgesteld door Lieve De Mey zijn enkel online beschikbaar 7―, kwamen de akten van de bisschoppen van Kamerijk en van Doornik uit in minder in de schijnwerpers staande reeksen.

Zo verscheen in 2005 het eerste deel van de oorkondenuitgave van de Kamerijkse bisschoppen,8 het levenswerk van de Leuvense hoogleraar Erik Van Mingroot, die ons helaas dit jaar op 13 maart 2017 ontvallen is.9 Gelet op de uitgestrektheid van het bisdom Kamerijk in de Zuidelijke Nederlanden en de cruciale eerste decennia van de twaalfde eeuw, met de stichting van vele abdijen, zou de verdere ontsluiting van het vele erudiete opzoek-, collatie- en editiewerk van deze uitmuntende diplomatist en paleograaf een uiterst weldadige zegen betekenen voor de mediëvistiek en voor het onderzoek naar religieuze instellingen. Alleen al de voorlopige lijst van bisschoppelijke oorkonden die professor Van Mingroot met de wetenschappelijke gemeenschap in 1995 deelde, doet menig mediëvist watertanden.10

De publicatie van de charters van de bisschoppen van Doornik startte net als die van Kamerijk onder de auspiciën van de Koninklijke Commissie, maar het voortijdig overlijden van dom Nicolas Huyghebaert schoof het in 1959 aangevatte project op de lange baan. Toch bleef zijn jongere collega aan de Université Catholique de Louvain, Jacques Pycke, die reeds vroeg bij de editieplannen betrokken raakte, het project een warm hart toedragen. Samen met de voormalige archivaris Cyriel Vleeschouwers, die de uitgave van de oorkonden van de Sint-Baafsabdij verzorgde, 11, nam hij in 2010 de draad weer op. In 2014 publiceerden zij 158 gekende oorkonden van de bisschoppen van Doornik uitgevaardigd tussen 1146 en 1190.

Beide editeurs zijn uitstekende kenners van het bisdom Doornik, zijn geschiedenis en zijn bronnen. De charters zijn met zorg uitgegeven en de verwijzingen naar de literatuur vermelden steeds de meest relevante studie. Hoewel de in de oorkonden vermelde personen niet afzonderlijk in het kritisch apparaat geïdentificeerd worden, vullen de heel uitgebreide regesten, waarin oorkonders, disposanten, destinatarissen, verzoekers en getuigen uitgebreid aan bod komen, deze leemte goeddeels op. De analyses laten toe om kennis te nemen van alle elementen die er toe doen in de oorkonden. In vele gevallen is het regest nauwelijks korter dan de tekst van de Latijnse oorkonde. Omdat ze net zoveel informatie bevatten, geven we bij wijze van voorbeeld twee samenvattingen met betrekking tot beschikkingen ten voordele van de cisterciënzer abdij van Foigny in de Thiérache.

Nr. 146 (p. 201-202): Zonder plaats, 1186 [25 maart 1186 – 24 maart 1187]: “Éverard d’Avesnes, évêque de Tournai, notifie la donation en aumône par Éverard Radou à l’abbaye Notre-Dame à Foigny, faite d’abord dans l’abbaye Notre Dame à Foigny et ensuite dans le palais épiscopal de Tournai, en présence de l’évêque et de ses clercs ainsi que des chevaliers d’Éverard Radou, d’une partie de son fief à Tournai et à Mortagne qu’il tient de l’évêque. Dorénavant, pour tout ce que les moines de ladite abbaye achèteront pour leur propre usage et transporteront par eau ou par terre, l’abbaye sera libre des droits de passage sur les terres d’Éverard Radou”(p. 201)

Nr. 150 (p. 205-206): Zonder plaats, 1188 [25 maart 1188 – 14 maart 1189]: “Everard d’Avesnes, évêque de Tournai, atteste la donation faite pour le salut de leurs âmes et de celles de leurs amis par Hugues d’Antoing et son épouse Agnès de l’exemption des biens de l’abbaye Notre-Dame à Foigny, par quelques moyens qu’ils soient transportés, tant par terre que sur l’Escaut ou en dehors de l’Escaut, des droits de passage et de toute exaction sur leurs terres. Les moines de Foigny, voulant répondre par des bienfaits spirituels, ont accepté le couple susdit et tous leurs amis dans la jouissance de tous les bénéfices spirituels de leur abbaye” (p. 205).

Bij twee analyses hebben we de uitgevers op een uiterst zeldzame onoplettendheid kunnen betrappen, zoals in het regest van oorkonde nr. 2 (p. 20-21) van 15 juli 1147, wanneer bisschop Anselm van Laon de Drongense abt Goswin en zijn opvolgers vergunt om de seculiere kanunniken die de kerk en de proosdij van Nevele bemannen, bij hun overlijden te vervangen door reguliere kanunniken. In het regest staat “moines” op de plaats waar de Latijnse tekst handelt over “confratrumque”. De Franse vertaling is des te opmerkelijker daar de uitgevers expliciet verwijzen naar de magistrale studie van Brigitte Meijns, die zowel de overdrachtsoorkonde gedateerd 7 maart 1145 van Simon van Vermandois, bisschop van Noyon-Doornik, als de hier geanalyseerde bevestiging van diens opvolger in het na Simons afzetting afgesplitste bisdom Doornik bespreekt, erop wijzend dat de overdracht er gekomen was “op vraag van de Drongense abt en diens fratres”.12 Een vergelijkbare onzorgvuldigheid in het statuut van religieuzen vinden we bij de akte nr. 107 (p. 152-154). Everard van Avesnes, bisschop van Doornik, deelt in 1176 mee dat een geschil tussen ridder Arnulf van Dottenijs en abt Herbert van de abdij van Saint-Thierry te Reims in het voordeel van deze laatste is beslecht. In de kerk van Dottenijs, zo laat het prachtige regest zich samenvatten, heeft de ridder, net als zijn echtgenote en nog enkele verwanten, gezworen dat hij geen enkel recht op de kerk heeft. Deze eed werd afgelegd in het bijzijn “de l’abbé Herbert et de moines de Saint-Thierry à Reims, de l’abbé Yves et de moines de l’abbaye Saint-Martin à Tournai, de l’abbé Guillaume et de moines de l’abbaye Notre-Dame de Cuissy à Cuissy-et-Geny, …” (p. 152).13 In de wetenschap dat de eerste twee vermelde abdijgemeenschappen de regel van Benedictus volgden en dat Cuissy één van de eerste premonstratenzer abdijen was, is de keuze van de Latijnse tekst voor respectievelijk “monachis” en “fratribus” (p. 153) onbetwistbaar.

De rijkdom van deze editie van de charters van de Doornikse bisschoppen uit zich niet alleen in de uitgebreide analyses, maar eveneens in de zorgvuldige indices op namen, plaatsen en zaken. Voor zoveel eruditie, die aan een zeer toegankelijke prijs op de markt gebracht wordt, kan deze recensent enkel zijn diepste respect betuigen. Wij kijken er al naar uit om ook het eerste, veel omvangrijkere deel te consulteren dat in 2016 verschenen is en niet minder dan 404 charters, met inbegrip van de falsae en de deperdita, voor de periode van het midden van de zevende eeuw tot 1146 bevat.14

  • 1. http://www.kcgeschiedenis.be/nl/commission/histoire_nl.html. Geraadpleegd op 10/11/2017.
  • 2. http://www.kcgeschiedenis.be/nl/publications/catalogue/catalogue_nl.php. Geraadpleegd op 10/11/2017.
  • 3. Alphonse Wauters m.m.v. Stanislas Bormans, Joseph Halkin, Jean-Jacques Hoebanx, Charles Wirtz en Fabienne Mariën, Table chronologique des chartes et diplômes imprimés concernant l’histoire de la Belgique 15 dln (Brussel: Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 1866-1971).
  • 4. Zie de bespreking in: Raoul C. Van Caenegem m.m.v. Louis-François Ganshof, Luc Jocqué en Baudouin Van den Abeele, Introduction aux sources de l’histoire médiévale. Typologie, histoire de l’érudition médiévale, grandes collections, sciences auxiliaires, bibliographie [Corpus Christianorum. Continuatio mediaevalis] (Turnhout: Brepols, 1997), p. 541.
  • 5. http://www.contactgroepsignum.eu/node/4132. Geraadpleegd op 10/11/2017.
  • 6. http://www.diplomata-belgica.be/about_en.html. Geraadpleegd op 10/11/2017.
  • 7. http://www.kcgeschiedenis.be/nl/biblioNumerique/electronInd_nl.html. Geraadpleegd op 10/11/2017. Dank aan Herman Janssens om hierop te wijzen.
  • 8. Erik Van Mingroot (ed.), Les chartes de Gérard Ier, Liébert et Gérard II, évêques de Cambrai et d’Arras, comtes du Cambrésis (1012-1092/93). Introduction, édition, annotation [Mediaevalia Lovaniensia. Series I. Studia 35] (Leuven: Leuven University Press, 2005), 382p.
  • 9. Brigitte Meijns, ‘In memoriam Erik Van Mingroot (1937-2017)’, in: Tijdingen uit Leuven. Tijdschrift van de Vereniging Historici Lovanienses 165 (2017), p. 57-60.
  • 10. Erik Van Mingroot, ‘Liste provisoire des actes des évêques de Cambrai de 1031 à 1130’, in: Werner Verbeke, Marcel Haverals, Raf De Keyser en Jean Goossens (ed.), Serta devota in memoriam Guillelmi Lourdaux. Pars posterior. Cultura Medievalis [Mediaevalia Lovaniensia. Series I. Studia 21] (Leuven: Leuven University Press, 1995), p. 13-55.
  • 11. Cyriel Vleeschouwers, De oorkonden van de Sint-Baafsabdij te Gent (819-1321) 2 dln (Brussel: Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 1990-1991).
  • 12. Brigitte Meijns, Aken of Jeruzalem? Het ontstaan en de hervorming van de kanonikale instellingen in Vlaanderen tot ca. 1155 (Leuven: Universitaire Pers, 1999) II, p. 864-865 (citaat op p. 864).
  • 13. De tekst van de oorkonde luidt op p. 153: “astante domno Herberto Sancti Theoderici abate cum monachis suis Galtero, Guidone, Alexandro et aliis multis, Ivone Sancti Martini [Tornacensis] abate, Ancello et Balduino monachis Tornacensibus, Guilelmo abate de Cuissiaco cum fratribus suis …
  • 14. Jacques Pycke en Cyriel Vleeschouwers m.m.v. Nicolas-N. Huyghebaert (ed.), Les actes des évêques de Noyon-Tournai (7e siècle - 1146, 1148) [Episcopalis officii solicitudo 1] (Louvain-la-Neuve: Ciaco-i6doc.com, l’édition universitaire en ligne, 2016) 692p.