Norbertijnse abdijmolens

Molen.png

Jaak Ockeley – Herman Janssens (ed.), Abdijmolens. Natuurkracht ten dienste van norbertijnen en norbertinessen [Bijdragen tot de contactdag 29] (Averbode: Werkgroep Norbertijner Geschiedenis in de Nederlanden, 2019) 79 p., geïllustreerd.

Voor de 29ste keer kwam de Werkgroep Norbertijner Geschiedenis in de Nederlanden samen. Haar leden vergaderden op zaterdag 4 mei 2019 in de abdij te Grimbergen. Vier sprekers brachten hier een referaat over molens.

De initiatiefnemers wezen geprezen voor de door hun georganiseerde activiteit en de publicatie van de referaten in deze bundel.

John Verpaalen werpt licht op Flandria terra molendina est. Spitstechnologie in de Nederlanden (p. 7-15). De idee dat Holland bij uitstek het land van molens is, wordt hier erkend, maar ook Vlaanderen is rijk aan molens. De auteur brengt hier een mooi overzicht over de geschiedenis van de molens die, zoals hij aantoont met een voorbeeld uit Pompeï, al in de Romeinse tijd, meer bepaald vanaf ca. 300 voor Christus, volop in gebruik waren. De eerste lijken wel de watermolens te zijn. Daarnaast verschijnen er ook windmolens (standaardmolen of onderkraaiers in hout opgetrokken, bovenkruiers meestal met een stenen romp en ook achtkante houten bovenkraaiers). Deze imposante monumenten zijn niet alle verdwenen, ook al werd al sinds het einde van de negentiende eeuw overgeschakeld op stoomturbines als drijfkracht.

Walter Van den Branden heeft het over Gejaagd door de wind. Premonstratenzers en windmolens in de Lage Landen (p. 17-28). Volgens deze auteur maken bovenkraaiers Hollands glorie uit en zou de standaardmolen een geniale uitvinding zijn en bovendien Vlaams van oorsprong. De norbertijnen hebben zeker hiertoe hun bijdrage geleverd. Hij geeft hierbij als voorbeeld het wedervaren van de molens van de abdij in Tongerlo die in de heerlijkheid Essen-Kalmthout in de Antwerpse Kempen drie banmolens bezat.

Abdijheer Herman Janssens bespreekt Eigen kenmerken van abdijmolens (p. 29-36). Daarbij handelt hij meer bepaald over de molen van de abdij van Floreffe en de molens op het abdijdomein van Park bij Leuven die direct onder toezicht stonden van de econoom van de abdij. De molens van de abdij van Grimbergen waren verderaf gelegen en hier was het abdijtoezicht minder, zodat er in feite geen groot verschil bestond tussen deze verpachte molens en deze in eigendom van een leek. Als de molenaar zijn jaarlijkse pacht betaalde, mocht hij malen naar zijn wil.
John Verpaalen brengt een Staalkaart van het molenpatrimonium van Norbertijnen en Norbertinessen in België en Nederland (p. 37-47). Hij noteerde 4 rosmolens, 86 watermolens en 40 windmolens. In detail behandelt hij de molen van Postel, de abdijmolen te Park, de Averboodse watermolen op de Demer te Testelt, de Gempemolen te Sint-Joris-Winge, de Tongerlose Beddermolen, nog twee andere windmolens van die abdij in Essen en Kalmthout en twee watermolens van datzelfde klooster in Essen en Roosendaal.

In een afzonderlijke bijdrage (p. 49-53) worden de Tommenmolen en de Liermolen, twee Grimbergse molens op de Maalbeek, toegelicht.

Bijzonder interessant is de inventaris van het Molenpatrimonium norbertijnenabdijen Benelux (p. 55-75) waarbij worden aangegeven, de abdij waartoe de molen behoorde, de locatie, het type molen, eventueel de waterloop waaraan deze was gelegen, de vermelding in de tijd en het inventarisnummer in de database molenechos. Achtereenvolgens worden vermeld: de molens van de Antwerpse Sint-Michielsabdij (5), Averbode (8), de Friese abdij Bethlehem (1), Bonne-Espérance (7), Dokkum (1), Drongen (2), Floreffe (13), Gempe (1), de Oost-Vlaamse priorij Strijpen van de Noord-Franse abdij van Mont-Saint-Martin (1), Grimbergen (11), Heylissem (6), Leliëndaal te Mechelen (1), Dielegem te Jette (1), Saint-Feuillien (2), Park te Heverlee bij Leuven (7), Beaurepart te Luik (2), Mariëngaarde in Friesland (2), Mariënweerd (5) aan de Linge bij Beesd, Middelburg (1), Ninove (9), Postel (18), Rekem (1), Vicoigne in het Noord-Franse Raimes (2), Tongerlo (19) en de Sint-Nikolaasabdij van Veurne (3).

Tot slot volgt nog de samenstelling van de Werkgroep Norbertijner Geschiedenis van de Nederlanden, een overzicht van de 29 onderscheiden contactdagen met aanduiding van het thema waarover werd gehandeld.

Aangezien de contactdag van 2020 over de Mariadevotie om de gekende reden uitgesteld is tot 2022, zijn we benieuwd waarover de 30ste contactdag in 2021 zal handelen en waar deze zal plaatshebben.