Leuvense studentennotities als bron voor intellectuele geschiedenis

Janick Appelmans – Ralph Dekoninck en Violet Soen (red.), Lessen uit het verleden. Vier eeuwen studentennotities aan de Leuvense universiteit (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2025) 161p. ill. ISBN: 978-94-6165-390-1 € 25,00

Veel meer dan tegenwoordig verzorgden en herwerkten studenten uit het ancien régime hun collegenotities. Vaak bezorgden zij hen een tweede leven door hen te deponeren in de bibliotheek van het college waar zij gestudeerd hadden of in het klooster waar ze ingetreden waren. Inmiddels zijn 576 Leuvense studentennotities uit acht erfgoedinstellingen gedigitaliseerd en online beschikbaar via het Magister Dixit-portaal. De voortschrijdende inventarisatie en digitalisatie van Leuvense collegedictaten, andere studentennotities en lesvoorbereidingen leverde al verschillende studies op.

In het uitvoerig inleidend hoofdstuk, getiteld ‘Par cœur: Studeren en noteren en noteren aan de Oude Universiteit Leuven’, gaat Violet Soen, samen met Ralph Dekoninck redacteur van de bundel Lessen uit het verleden, dieper in op het studiecurriculum, de lesinhoud en de wijze van doceren en studeren. Tijdens de meeste lessen dicteerde de hoogleraar, met baret gezeten op zijn leerstoel, zijn lesvoorbereidingen. De neerslag ervan zijn collegedictaten. Soms wordt de term collegedictaten als een pars pro toto voor alle studentennotities gebruikt. Sommige docenten gaven immers vrijelijk les, viva voce. Het is niet altijd duidelijk wanneer de ene of de andere lesmethode gebruikt werd of wanneer de ene in de andere overging. De boekdrukkunst bood mogelijkheden om cursussen ruimer en vlotter te verspreiden, maar liet niet toe om jaarlijks de lesinhoud aan te passen. Vooral de lesgevers aan het Drietalencollege maakten gebruik van eigen gedrukte handboeken.

De voorstellingen van de studentennotities van de hand van meer dan twintig onderzoekers zijn thematisch en per faculteit in acht hoofdstukken ingedeeld. Voorafgaand aan elk hoofdstuk vertellen een drietal onderzoekers van de KU Leuven en de UCLouvain over hun keuze van handschriften en oude drukken, het belang van de bestudeerde codices voor hedendaagse studenten en hun passie voor hun vakgebied.

Bij wijze van voorbeeld bespreken we hier de studentennotities en lesvoorbereidingen van geestelijken uit de Nederlanden tijdens de middeleeuwen. Luke Giraudet en Quentin Verreycken ontrafelen de beweegredenen van een Vlaamse student om in 1455 van de Franse koninklijke kanselarij gratie te krijgen voor de doodslag op de kok van de pedagogie van De Lelie, waar hij achttien jaar eerder als toen achttienjarige student verbleef. Leuven behoorde nochtans tot het Heilige Roomse Rijk, maar deze student combineerde met zijn gratieverzoek academische juridische kennis met strategisch inzicht in machtscenakels.

Kerkjurist Robert de Lacu, stichter van het Sint-Ivocollege, onderhield sterke banden met het Leuvense klooster van Sint-Maartensdal en met de congregatie van Windesheim. Die goede betrekkingen brachten hem in een lastig parket, zo verhaalt Wouter Druwé, wanneer hij een advies gaf bij een transitus van de reguliere kanunniken van Sint-Maartensdal naar de Brusselse dominicanen. Het kerkelijk recht aanvaardde zo een overstap enkel als die de naleving van een heiligere, strengere levenswijze beoogde. Hoewel De Lacu de strengere armoede van de dominicanen als bedelorde erkende, taxeerde hij de stabiliteitsgelofte, de strikte clausuur en de lange peridoes van stilte van de windesheimer kanunniken hoger. Dit affront voor de predikheren leverde De Lacu kort voor Pinksteren 1471 tijdens een druk bijgewoonde academische zitting veel weerwerk op van verschillende Leuvense theologen.

Adriaan van Utrecht studeerde vanaf 1476 in Leuven en doceerde er tot 1515. Michiel Verweij belicht de eigenhandige notities die de latere paus Adrianus VI, bij testament stichter van het pauscollege, gebruikte voor zijn eigen colleges scholastiek (Quaestiones in Quartum Sententiarum) en voor de disputen (Quaestiones quodlibetales). Uit zijn lesvoorbereidingen komt een meer pastorale theologie, gecentreerd op de sacramenten, naar voor, ter vervanging van de laatmiddeleeuwse speculatieve theologie.

Violet Soen argumenteert dat de theoloog Jacobus Latomus, pleitbezorger van katholieke hervorming en pastorale zorg, decisief was in de Leuvense vorming van de hoogadellijke broers Robert van Croÿ, bisschop van Kamerijk, en Karel van Croÿ, bisschop van Doornik. Robert propageerde de frequente biecht, bekostigde Latomus’ doctoraat en bezorgde hem een kanunniksprebende in Kamerijk.

Lessen uit het verleden bestudeert een staalkaart van de Leuvense studentennotities. Het belicht in kort bestek het resultaat van veel proefschriften en ander recent onderzoek naar de intellectuele bijdrage van het Leuvense studium generale tijdens het ancien régime.